De (on)mogelijkheden van Commandline en Integration Pack wizards

De kracht van System Center Orchestrator komt voort uit de vele beschikbare objecten die standaard aanwezig zijn. Met deze objecten hun je bijvoorbeeld gegevens uit een database halen, een webservice aanspreken, of een programma opstarten. Deze standaardobjecten zijn geschikt voor alle denkbare processen. Om het aantal stappen in een proces terug te brengen, kun je custom objecten bouwen.

Voor eenvoudige handelingen is het vaak handiger om het standaard object binnen Orchestrator te gebruiken. Hiermee kan een maatwerk .NET library aangesproken worden of een PowerShell script.

Wanneer een specifiek programma in veel verschillende processen terugkomt, is het verstandig om hiervoor een custom object aan te maken, zodat het eenvoudig hergebruikt kan worden.

Soms heeft een fabrikant van third-party software zelf een Integration Pack gemaakt. Voor Opalis, de voorganger van Orchestrator, zijn ruim meer dan 30 verschillende Integration Packs beschikbaar.

Voor System Center is er ook een groeiende verzameling beschikbaar. Microsoft geeft zelf het goede voorbeeld door Integration Packs te bouwen voor alle producten binnen de System Center Suite, Active Directory en VMware. Deze zijn op System Center Central te downloaden.

Wanneer er geen standaard Integration Pack beschikbaar is, kun je gebruik maken van de Orchestrator Integration Toolkit. De basis hiervan zijn twee wizards. De Commandline Activity Wizard, die van commandline-opdrachten een .net-dynamic link library maakt. En de Orchestrator Integration Pack wizard. Op basis van methoden uit een .net-dll (zoals gegenereerd door de Commandline Wizard) maakt deze wizard System Center Orchestrator objecten.

Het is wel belangrijk om de limieten van de Wizards te erkennen. Het is primair een mogelijkhed om een API of commandline aan te spreken. De kwaliteit van de output en mogelijkheden tot verwerking ervan hangen in grote mate af van de software zelf.

In de praktijk betekent dit dat bij inzet van custom objecten altijd een afweging gemaakt moet worden waarin het beste geïnvesteerd kan worden: Configureerwerk in de Orchestratie of maatwerk in .NET zodat met weinig configureerwerk krachtige acties kunnen plaatsvinden.